Hoofdstuk 6 · Gezondheid en arbeidsongeschiktheid
Artikel 37Arbeidsongeschiktheid
1
Indien de werknemer ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, gelden voor hem de bepalingen van artikel 629 BW, de Ziektewet, Hoofdstuk 3 van de Wet Arbeid en Zorg en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), voor zover hierna niet anders is bepaald.
2
In dit artikel wordt verstaan onder: Periode A: de periode van de eerste 52 weken van gehele dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Periode B: de periode van de 53ste tot en met de 104e week van gehele dan wel gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
3
- De werknemer die geheel of gedeeltelijk ongeschikt is tot het verrichten van arbeid ontvangt: Gedurende periode A: zijn (gebruikelijke) maandinkomen bestaande uit:
- de krachtens artikel 7: 629 lid 1 BW verplichte betaling van 70% van het gebruikelijke maandinkomen.
- een aanvulling door de werkgever tot 100% van zijn gebruikelijke maandinkomen.
- De werknemer die geheel of gedeeltelijk ongeschikt is tot het verrichten van arbeid ontvangt: Gedurende periode B:
- 70% van zijn gebruikelijke maandinkomen.
De werknemer die gedurende periode B werkzaamheden verricht ontvangt:
- 70% van zijn gebruikelijke maandinkomen over de uren dat hij niet werkzaam is.
- 100% van het gebruikelijke maandinkomen over de uren dat hij (feitelijk) wel werkzaam is.
De werknemer van wie de Arboarts heeft aangegeven dat er geen enkel uitzicht is op herstel, ontvangt gedurende periode B zijn gebruikelijke maandinkomen bestaande uit:
- de krachtens artikel 7: 629 lid 1 BW verplichte betaling van 70% van het maandinkomen.
- een aanvulling door de werkgever tot 100% van zijn gebruikelijke maandinkomen.
4
De werknemer, waarvan aan het eind van periode B is vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt ontvangt na het verstrijken van periode B:
- 100% van het gebruikelijk maandinkomen over de uren dat hij feitelijk werkzaam is.
- een zodanige aanvulling, dat zijn totale inkomen tenminste 70% bedraagt van het maand- inkomen dat hij zou hebben verdiend, als hij niet arbeidsongeschikt zou zijn geworden.
5
Definitie maandinkomen a. Het (fictieve gebruikelijke) maandinkomen krachtens dit artikel is het maandinkomen inclusief trendmatige verhogingen en periodieke verhogingen conform artikel 16 van deze CAO dat de werknemer ontving voordat hij arbeidsongeschikt werd. De toeslagen voor NRD en bereikbaarheidsdiensten zijn daarin begrepen.
- Voor de werknemer wordt voor de bepaling van het maandinkomen uitgegaan van het gemiddelde van de uitgekeerde vergoedingen voor NRD en bereikbaarheidsdiensten over de twaalf weken voorafgaande aan de maand waarin de werknemer arbeidsongeschikt is geworden.
- Voor alle werknemers wordt, indien dat gunstiger is dan het bepaalde onder b van dit artikel, voor de bepaling van het maandinkomen uitgegaan van het gemiddelde van de uitgekeerde vergoedingen voor NRD en bereikbaarheidsdiensten over de 52 weken voorafgaande aan de maand waarin de werknemer arbeidsongeschikt is geworden.
6
De in dit artikel bedoelde loondoorbetalingen en aanvullingen door de werkgever worden beëindigd wanneer de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigt.
7
De werkgever heeft het recht om de in dit artikel bedoelde:
- loondoorbetaling en aanvullingen te weigeren ten aanzien van de werknemer die: a. door opzet arbeidsongeschikt is geworden. b. arbeidsongeschikt is geworden als gevolg van een gebrek waarover hij in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie heeft verstrekt en daardoor de toetsing aan de voor de functie gestelde belastbaarheidseisen niet juist kon worden uitgevoerd. c. zijn genezing heeft belemmerd of vertraagd. d. zonder deugdelijke grond geen passend werk verricht.
- loondoorbetaling en aanvullingen op te schorten dan wel de aanvullingen te weigeren ten aanzien van de werknemer die: e. zich niet aan de voor hem geldende regels en aanwijzingen bij ziekte houdt (controlevoorschriften).
- aanvullingen te weigeren ten aanzien van de werknemer die: f. weigert medewerking te verlenen aan een door de werkgever gevraagde second opinion. g. weigert gebruik te maken van voorhanden zijnde veiligheidsmiddelen en als gevolg daarvan arbeidsongeschikt is geworden. h. misbruik maakt van de voorziening. i. weigert de uitvoeringsinstelling en pensioenfonds te machtigen om de uitkering krachtens WAO, WW respectievelijk (aanvullende) arbeidsongeschiktheidsverzekering aan de werkgever over te maken.
8
Nadere uitwerking van de geldende regels en aanwijzingen in verband met ziekte vindt plaats in overleg met ondernemingsraad.
9
Ten aanzien van werknemers van wie de eerste ziektedag dateert van voor 1 januari 2004 geldt artikel 37 ‘arbeidsongeschiktheid’ uit de CAO voor het Omroeppersoneel 2003. Deze bepaling is als bijlage X bij deze CAO gevoegd.