Werkgever een rechtspersoon vallend onder de reikwijdte van artikel 1 vierde lid sub a van deze CAO. Tevens is werkgever een rechtspersoon vallend onder de reikwijdte van artikel 1 vierde lid sub b van deze CAO.
Werknemer iedere persoon de op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is voor een werkgever als bedoeld in artikel 1 vierde lid sub a van deze CAO. Tevens is werknemer iedere persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is voor een werkgever als bedoeld in artikel 1 vierde lid sub b van deze CAO.
CAO deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Pensioenfonds Stichting Bedrijfstak Pensioenfonds voor de Media, afgekort: Pensioenfonds PNO Media.
Werknemersorganisaties de bij deze CAO betrokken werknemersorganisaties.
Bruto maandsalaris het bruto maandsalaris dat met de individuele medewerker is overeengekomen op grond van bijlage III van de CAO, inclusief vaste maandelijkse toeslagen en exclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering.
Bruto maandinkomen het geldende bruto maandsalaris, inclusief pro rata vakantietoeslag en decemberuitkering.
Vaste toeslag een toeslag ter hoogte van een vastgesteld bedrag, dat maandelijks wordt uitgekeerd, mede als grondslag dient voor het toekennen van vakantietoeslag en decemberuitkering en meetelt voor het vaststellen van de pensioengrondslag.
Variabele toeslag alle toeslagen, die niet worden meegerekend voor de berekening van de vakantietoeslag en de decemberuitkering en/of het vaststellen van de pensioengrondslag.
Bruto jaarsalaris het bruto maandinkomen vermenigvuldigd met twaalf plus eventuele variabele toeslagen.
Vierweekse periode een periode van vier weken op basis van de weekcodering volgens NEN ISO 2015, waarbij week 1 de week is waarin de eerste donderdag van januari valt.
Achtweekse cyclus een tijdvak van twee elkaar opvolgende vierweekse perioden.
Standplaats de als zodanig door de werkgever aangewezen gemeente waar de werknemer het merendeel van zijn werkzaamheden verricht dan wel aanvangt.
Partner de wettelijke echtgeno(o)t(e) of de geregistreerde partner of de levenspartner van de werknemer, zijnde degenen met wie de werknemer blijkens een kopie van een notariële samenlevingsovereenkomst duurzaam samenleeft op hetzelfde adres.
BW Burgerlijk Wetboek (Boek 7, titel 10).
Bestuurder de werknemer die een bestuurlijke of vertegenwoordigende functie uitoefent in het kader werknemersorganisaties van zijn werknemersorganisatie en die als zodanig door de betrokken werknemersorganisatie schriftelijk bij de werkgever is aangemeld.
Passende functie een functie bij werkgever die voor wat betreft inhoud, benodigde kennis en vaardigheden en positie in de organisatie, voldoende verwant is aan de functie die de werknemer voorheen vervulde, en die voor wat betreft het salaris niet meer dan één salarisschaal lager is ingedeeld.
Combifunctie een combinatie van functies, welke door één persoon wordt verricht op functieniveaus, welke in zwaarte in het functieraster al dan niet verschillend zijn ingedeeld, waarbij de aard van de werkzaamheden in de verschillende functies op een bijna vanzelfsprekende manier in elkaars verlengde ligt. Dit kan zich voordoen als de werkzaamheden door elkaar heen of logistiek volgordelijk verricht kunnen worden, vaak op eenzelfde werkplek, vaak onder eenzelfde leidinggevende, en het te bereiken resultaat veelal betrekking heeft op het totaal van de werkzaamheden.
Meeruren gewerkte uren boven de overeengekomen arbeidsduur per week.
2De hiernavolgende definities hebben betrekking op de arbeidstijden van werknemers die werken
volgens dienstrooster op maandag tot en met zondag tussen 00:00 en 24:00 uur.
Dienstrooster een variabel en wisselend dienstschema, afwijkend van regelmatige tijden, dat wil zeggen afwijkend van de tijdvakken 07:00 tot 19:00 uur op maandag tot en met vrijdag, dat tevoren met een regelmatige frequentie tenminste drie keer per jaar verschijnt. Het bestrijkt een tevoren bepaalde periode en wordt door de werkgever met behulp van planningstechnieken samengesteld en schriftelijk en/of via internet en/of via e-mail vastgelegd. Het omvat de aanduiding van begin- en eindtijden van uit te voeren taken van individuele of groepen werknemers, waar nodig aangevuld met reis- en vertrektijden. Het wordt tijdig tevoren aan de werknemer verstrekt.
Arbeidsperiode of dienst een aaneengesloten arbeidstijd van ten hoogste zes uren.
Avonddienst een dienst die aanvangt respectievelijk eindigt na 19:00 uur.
Nachtdienst een dienst waarin volgens de planning de uren tussen 00:00 en 06:00 uur geheel of gedeeltelijk zijn begrepen.